DE MUURSCHILDERINGEN IN DE KELDERGANGEN VAN HET KASTEEL VAN BEERVELDE

Te Beervelde (een dorp in de omgeving van Gent) bevindt zich het landgoed van graaf de Kerckhove de Denterghem. In 1966 kreeg Roger Raveel de opdracht in het kasteel de keldergangen (die naar de recreatieruimte van de zonen van de graaf leidden) te beschilderen. Hiertoe deed hij beroep op de medewerking van de Vlaamse schilders Raoul De Keyser en Etienne Elias en van de Nederlander Reinier Lucassen. Die tijdelijke samenwerking is achteraf een belangrijk moment gebleken in de evolutie van de beeldende kunst in de Nederlanden. In de schilderingen te Beervelde zijn een inkomhal, een tussenkamertje, een trapruimte en drie gangen betrokken. Raveel en zijn medewerkers hebben er de architectonische werkelijkheid tot een picturale werkelijkheid getransformeerd. De schilders maakten er niet enkel het schilderij tot ruimte, ze maakten er vooral de ruimte tot schilderij. Op die manier onderzochten en verrijkten ze de mogelijkheden van het medium 'schilderkunst'. Wat het werk te Beervelde nu juist zo boeiend maakt is het picturaal gevarieerd uitwerken van de tegenstelling tweedimensionaal-driedimensionaal. Driedimensionale elementen zoals uitspringende of inspringende hoeken zijn nu eens als plat vlak behandeld, dan weer geaccentueerd of plastisch gerelativeerd. Soms liet men de realiteit doorlopen in een geschilderde illusie ervan, waardoor vlakke wanden dragers van schilderijen met dieptewerking werden. Een illusoire dieptewerking die op haar beurt (door het scheppen van leegte, door het samenvallen van realiteit met geschilderde realiteit en door het gebruik van een vlakke schilderwijze) tegenover de architectonische diepte of vlakheid van de wanden werd gesteld. Raveel en zijn medewerkers hebben geen harmonieus samengaan van schilderkunst en architectuur voor ogen gehad. Ze schrokken er zelfs niet voor terug gegevens uit hun eigen schilderijen, uit de kunstgeschiedenis en uit de zichtbare werkelijkheid buiten de gangen in het geheel op te nemen. Dat Raveel voor de verwezenlijking van het Beerveldeproject beroep deed op de medewerking van drie andere schilders was geen louter praktische beslissing. Hij koos welbewust Raoul De Keyser, Etienne Elias en de Nederlander Reinier Lucassen. Raoul De Keyser had in 1963 bij hem enkele lessen gevolgd aan de academie te Deinze. Als kunstrecensent was hij voordien een felle verdediger van Raveels kunst geweest. Elias voelde zich als jong schilder sterk aangetrokken tot Raveels schilderwijze en had gedurende een bepaalde periode veel persoonlijk en artistiek contact met Raveel. Lucassen ontdekte Raveels kunst op een tentoonstelling 'Visie 63' te Kortrijk en in de galerie Renard te Roubaix. Hij signaleerde zijn werk aan de galerie Espace te Amsterdam. Dit alles wees op een sterke belangstelling vanwege deze drie schilders voor Raveels werk. Maar deze interesse was wederzijds. Raveel was geboeid door wat ze elk afzonderlijk presteerden. Hij voelde zich meer met hen verbonden dan met Belgische en Nederlandse kunstenaars van zijn eigen generatie. Men mag niet vergeten dat Raveel zowat qua leeftijd als qua opleiding tot een vroegere generatie behoorde. Wanneer De Keyser, Elias en Lucassen tussen 1960 en 1964 in de openbaarheid traden, had Raveel al een belangrijk deel van zijn carrière achter de rug. Terugblikkend zouden we thans kunnen beweren dat in zijn werk van voor 1956 zijn eigengereide visie reeds in grote mate aanwezig was. In het begin van de jaren vijftig werd de wereld van de beeldende kunst alhier beheerst door cobra, door het abstract expressionisme, door de Ecole de Paris en de matièrekunst. Antoon De Clerck had evengoed deel kunnen uitmaken van de groep medewerkers rond Roger Raveel, maar op dat moment was hij als kunstschilder inactief. Toch heeft hij de totstandkoming van de muurschilderingen van nabij meegemaakt en werkte hij als typograaf wel mee aan de vormgeving van de catalogus.

In maart 1968 vervaardigt Antoon De Clerck, naar het kaftontwerp van de catalogus, het tweeledige schilderij Beervelde - bepaling van een omgeving. De ombuiging van de egale kleurenvelden correspondeert met de schuin oplopende vorm van het linkerluik. De beschildering van de randen van het paneel en de uitspringende paal zijn middelen om de ruimte verder te laten uitvloeien. De kleuren symboliseren hun oerbetekenis: de groene natuur, de witte weg en de zwarte gracht. De naam "Beervelde" refereert als een plastisch herkenningsteken naar de schilderingen in het kasteel.