EEN FASCINATIE VOOR ARCHITECTUR EN VORMAANWEZIGHEID

Bij Antoon De Clerck staat de picturale bevraging van de eigen omgeving centraal. Kijkervaringen opdoen en tonen wat hem treft is hem eigen. Ontsnappen aan de overvloed van beelden die dagelijks op ons afkomen is voor hem een fascinatie. Door zelf een beperkte keuze te maken en de voorstelling te minimaliseren laat hij ons meegenieten van zijn eigen kijkervaringen. Denkend kijken en registreren zijn hem ingegeven.

 

 

De banale werkelijkheid van het dagdagelijkse leven krijgt zo in zijn schilderijen een hogere waarde en innemende betekenis. In die zin is De Clerck sinds de jaren ’50 met de exploratie van zijn directe omgeving bezig en behoort hij tot de “Nieuwe Visie” door Roger Raveel in het leven geroepen en door Roland Jooris zo betitelt. Het grote onderscheid met Raveel ligt vooral in het visuele purisme van De Clerck. De representatie van de dingen ligt bij beiden ook anders. Waar Raveel lyrisch, emotioneel en expressief te werk gaat, weet De Clerck afstandelijk de dingen te observeren en nauwkeurig bijna mathematisch op te lossen. Zijn eigen omgeving herleidt hij daardoor tot vaste patronen die een soort ruimtelijke ordening inhouden. Hij is een meester in het weglaten waardoor de suggestieve kracht van de leegte groter wordt dan het voorgestelde. Structureren en minimaliseren heeft hij van Mondriaan alhoewel hij de horizontalen en verticalen doorbreekt door sterke perspectieven via diagonalen in te brengen. Doorkijken in een onbepaalde ruimte maken zowel de tastbare (fysische) als de onvatbare (metafysische) ruimte tot een plastische ervaring van de beoogde omgeving. De natuurlijke realiteit versmelt met de abstracte realiteit. Het licht en de leegte spelen daarbij geen beschrijvende rol maar zijn compositorische onderdelen. Het verhaal achter de dingen is slechts aanleiding tot het vormen van een beeld (image), het beeld is er om het beeld. Hij is dan ook geen beeldenhopper wel een beeldenvertolker uit zijn eigen midden opgenomen. In dat midden vormen ook zijn eigen schilderijen opnieuw het uitgangspunt.

 

 

 

 

Hij zoekt niet naar de verborgen werkelijkheid achter de dingen zoals Magritte maar suggereert de werkelijkheid in de ruimte zoals Raveel. De intimiteit van de voorstelling en de sereniteit van de weergave heeft hij met Vermeer gemeen. Die sereniteit heeft hij nu ook gevonden in het werk van de Mexicaanse architect Luis Barragán (1902-1988) die minimale structuren wist op te bouwen waarin het serene van de vorm op zich primeert. Zei hij niet: “any work of architecture who does not express serenity is a mistake”.

 


De fascinatie voor de architectuur en vormaanwezigheid van de dingen geven aan het werk van De Clerck ook een sterke architecturale kracht en onderbouw. Het is dan ook niet te verwonderen dat de archi-tectuur van Barragán hem boeit. Stilte, ruimte, schoonheid, sereniteit, eenzaamheid maar ook vreugde zijn ook bij hem aanwezig.

 

 

De rationele analyse van het zien bepaalt de visie van de kunstenaar, een zekere nostalgie niet te na gesproken. Dit nostalgisch gevoel vinden we bij De Clerck zoals bij Barragán vooral in een grote interesse voor tuinen en groen. Tuinen zijn immers plaatsen waar poëzie en meditatie gedijen. Binnen de geometrische architectonische benadering van zijn omgeving wist De Clerck dan nog steeds “groen” in te brengen om de gestrengheid ervan te verzachten en zijn werk dichterlijke kracht bij te zetten.

 

Willy Van den Bussche Hoofdconservator PMMK-Museum voor Moderne Kunst, Oostende

 

DE (AL)CHEMIE TUSSEN ARCHITECTUUR EN SCHILDERKUNST

 

over de architecturale schilderkunst van Antoon De Clerck als hommage aan Luis Barragán

 

Het schilderkunstig oeuvre van Antoon De Clerck (° Deinze, 1923) heeft zich op een boeiende wijze gestaag ontwikkeld. Van opleiding schilder, tekenaar, typograaf en binnenhuisarchitect heeft hij steeds een belangstelling aan de dag gelegd om de (binnenhuis)architectuur in zijn schilderijen te integreren. Hij beoogt daarbij de intimiteit der dingen uit zijn naaste omgeving vast te leggen in een verstilde sfeer van schoonheid.

Midden de jaren negentig van de vorige eeuw schilderde Antoon De Clerck een serie grote doeken, museumschilderijen, die gezamenlijk werden gepresenteerd onder de titel Highlights in de schilderkunst van de 20ste eeuw. Het lag niet in zijn bedoeling om een inventaris op te maken of kopieën te schilderen van grote meesterwerken, neen, Antoon De Clerck wilde zijn visie op de schilderkunst van de 20ste eeuw plastisch vastleggen in een soort fictief museum. Deze handelwijze geldt als een uitgesproken gedrag van postmodernisme, maar daar was het de kunstenaar in wezen niet om te doen.

Van primordiaal belang is de fascinatie voor het licht en de ruimte, en deze facetten hebben veel van doen met architecturale inzichten.

 

 

In 1998 en 1999 schilderde Antoon De Clerck een serie schilderijen Omtrent verkavelingen. Vanuit zijn atelier had hij in de loop der jaren een nieuwbouwwijk zien ontstaan. Gelukkig voor hem lag deze verkaveling een flink stuk lager dan zijn eigen huis, annex tuin en boomgaard, zodat licht, lucht en ruimte nauwelijks aangetast werden. De diepere ligging van de verkaveling verschafte hem een goed zicht op de dakenstructuur en dat inspireerde hem. Daar waar de schilderijen aanvankelijk nog een erg realistisch karakter vertoonden, werden ramen, gevels en daken op den duur vlakken met een neiging tot abstractie.

In 2000 en 2001 was de kunstenaar vooral geboeid door de relatie mens-kunst-technologie, een thema dat hem al jaren bezighoudt en al ettelijke schilderijen opleverde, en schilderde hij een reeks doeken als Hommage aan Barragán.


In het licht van wat ik hierboven reeds schreef is het een logische stap dat Antoon De Clerck vroeg of laat kennis zou maken met het werk van de Mexicaanse architect Luis Barragán (1902-1988). Barragán bouwde in Mexico enkele begerenswaardige woningen, een handvol immense parken, een reeks totempalen en zonder twijfel de meest tot de verbeelding sprekende muren uit de geschiedenis van de bouwkunst. Die muren zijn vanaf de straatzijde zeer gesloten; ze 'ontsluiten' zich pas eens ze worden opgenomen in een tuinsituatie. Barragán geldt als de architect die de sereniteit en de schoonheid van de omgeving uit de verbeelding van zijn kinderjaren herschiep in een monumentale bouwstijl van verstild geluk als romantische benadering van de landschapsarchitectuur.

 

 

Het was liefde op het eerste gezicht toen Antoon De Clerck in mei-juni 2000 de architecturale poëtica van Luis Barragán leerde kennen en intens ging bestuderen. Hij herkende meteen een artistieke verwantschap. In de eerste plaats daar waar het gaat om de integratie van natuur en architectuur, in de tweede plaats als muralist. Ook qua sfeerschepping hebben beide protagonisten raakpunten: een zekere vorm van contemplatie, sereniteit, stilte, intimiteit. Barragáns architectuur is de synthese van modernisme en traditie, van regionale en internationale invloeden. Met modernisme wordt het Europees modernisme bedoeld en dan meer bepaald zijn belangrijkste vertegenwoordiger, Charles Eduard Le Corbusier. Le Corbusier heeft vooral de actualiteit van de architectuur geaffirmeerd. Hij stelde o.a. dat de plek als vestiging van de mens bij uitstek de voedingsbodem is waarin de menselijke geest zich bewust wordt. Hij heeft het o.a. ook over de architectuur als akropolis, als zichtbaar symbool van ordening, van verzameling, als primaire bron van kennis, als de directe, fysische, concrete, zichtbare, onweerlegbare openbaring van het universele, het actuele.


Het is een vaststaand gegeven dat een bouwwerk weegt op de omgeving. De plek waar zo'n architecturaal kunstwerk zich bevindt moet aanzien worden als een teken van de wil van de mens die haar zijn diepten en uitwassen oplegt, evenals zijn harde of zachte dichtheden, zijn aanstootgevend geweld of zijn verstilde tederheid.

 

De schilderkunst van Antoon De Clerck vloeit voort uit de traditie van De Nieuwe Visie, een terminologie die door Roland Jooris werd bedacht om de schilderkunst van o.a. Roger Raveel, Raoul De Keyser, Reinier Lucassen, Etienne Elias… te benoemen. Via de omgeving van de pop art en het hyperrealisme, vermengd met abstract geometrische elementen evolueerde hij tot een volstrekt eigen stijl. De tekeningen en schilderijen van Antoon De Clerck roepen een gevoel van ruimtelijkheid op, van diepte, van iets kosmisch en vergeestelijkt. Kenmerkend zijn ook de poëtische atmosfeer en de positieve boodschap die van de werken afstraalt. Die uitgesproken poëtische atmosfeer heeft mijns inziens veel te maken met het veelvoudig wit in zijn schilderijen. Geschilderd wit, evengoed als niet beschilderde delen van het doek. Wit als witregel, wit als adempauze, wit als het zwijgen, wanneer woorden er niet meer toe doen.

 

In de schilderijenreeks Hommage aan Barragán evoceert de schilder de architecturale poëtica van de bouwmeester. Maar hij voegt er uiteraard eigen kenmerken en zienswijzen aan toe. In deze schilderijen zijn architectuur en natuur eclectisch met elkaar verbonden. Natuur en architectuur als compositie van enerzijds absolute vrijheid en wildgroei, anderzijds van strakke lijnen en kunstmatige orde.

 

 

Een belangrijk verschil tussen een kunstschilder en een architect betreft de 'architectonische ervaring en het verbeeldingsvermogen'. De architectonische ervaring onttrekt, reeds in de terminologie, de architectuur aan de geometrie en aan de techniciteit waarin ze zich weliswaar onvermijdelijk bevindt. Een goed architect moet over de capaciteit beschikken om de effecten van zijn ontwerpen op papier te voorzien. Op dit punt speelt het verbeeldingsvermogen een belangrijke rol. Het is inderdaad voor de architect een moeilijk punt om in te schatten hoe een gebouw zich zal manifesteren wat betreft de effecten van licht en schaduw, lichtheid en zwaarte, hoe de gekozen materialen zich tot elkaar zullen verhouden, welke de akoestiek zal zijn… enzovoort. De kunstschilder worstelt slechts gedeeltelijk met deze problemen, en hij beschikt bovendien over de mogelijkheid om bepaalde gedeelten van het schilderij te overschilderen, in het slechtste geval, het schilderij te vernietigen.Het hoeft natuurlijk geen betoog dat ook hij over een grote dosis techniciteit moet beschikken om de architecturale poëtica in een picturale werkelijkheid om te zetten.Daar waar Luis Barragán voor de uitvoering van zijn welgekende muren voor felle kleuren koos - het gebruik van deze opvallende pigmenten maakte voor een groot deel het succes van Barragán uit - opteert Antoon De Clerck voor een zachtere tonaliteit. De gebouwen van Luis Barragán zijn echter monumentaal en de toepassing van opvallende kleuren vormen dan ook een wezenlijk onderdeel om de architectuur en de natuur met elkaar te confronteren. De schilderijen van Antoon De Clerck zijn eerder klein van formaat. Zijn groot(s)heid als schilder ligt precies in de kracht van de dosering, de weergave van de essentie.Daar waar Luis Barragán met zijn monumentale bouwwerken tot de verbeelding spreekt, kan Antoon De Clerck schitterend zwijgen. Het ware verhaal van zijn schilderijen laat zich pas lezen bij een voortdurend of een herhaald kijken. Het geheel speelt zich af binnen de omkadering van het doek. Zo spelen ondermeer de textuur van het doek en de wijze van het aanbrengen van de verf een belangrijke rol. Bij het nader bekijken van sommige muren kan men als het ware een soort krijtlaag vaststellen als resultaat van diverse lagen acrylverf. Terwijl de gebouwen in werkelijkheid 'begrensd' zijn, 'bepaald'… bieden de 'muurschilderijen' van Antoon De Clerck een 'onbegrensd' verhaal, een soort eigenzinnige realiteit met intrigerende momenten van spanningen en trillingen.Ten gevolge van mijn opmerking ten aanzien van de monumentaliteit vatte Antoon De Clerck het idee op om een aantal 'muurschilderijen' op groot formaat te maken. Het resultaat is zondermeer overweldigend.

 

 

 

Antoon De Clerck is in Vlaanderen dé architectonische schilder bij uitstek. Een groot deel van zijn werk getuigt van geometrische opvattingen. Of het nu gaat om bruggen, verkavelingen, interieurs, museale ruimtes of muren tout court, de vlakken zijn van een onwezenlijke schoonheid. Visuele hygiëne. Architectonische hygiëne.Ondanks het feit dat Antoon De Clerck een gevestigde naam is in de Vlaamse schilderkunst blijft de erkenning eerder van bescheiden aard. Misschien ligt dat wel aan de stille natuur van de schilder die zich eerder terughoudend opstelt en geen krachttermen gebruikt noch manifesten aanwendt om zijn kijk op de schilderkunst te belijden. In ieder geval dringt een hogere waardering zich op.

 

 

Jan Van Herreweghe